Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Terug naar overzicht
Kennisdocument

Extreme weersomstandigheden

22 juli 2026

Op deze pagina vindt u voor de thuiszorg relevante tip en links over werken bij extreme weersomstandigheden, zoals hitte, sneeuwval of gladheid. U en uw medewerkers kunnen deze gebruiken om voorlichting te geven aan cliënten en mantelzorgers, maar ook om zelf goed voorbereid op pad te gaan.

HITTE

Waarom aandacht voor hitte belangrijk is
In Nederland krijgen we steeds vaker te maken met extreme hitte. Warmte kan voor iedereen belastend zijn, maar sommige medewerkers lopen extra risico. Biologisch gezien hebben vrouwen gemiddeld sneller last van warmte dan mannen. Daarnaast kunnen warme omstandigheden extra schadelijk zijn voor medewerkers die:

  • zwanger zijn;
  • een slechte conditie hebben;
  • een hoog vetpercentage hebben;
  • hart- en vaatziekten hebben;
  • medicijnen gebruiken.

Hitte in de thuiszorg
Ook zorgverleners in de thuiszorg kunnen veel hinder ondervinden van hitte. Zij ondersteunen cliënten die vaak niet goed voor zichzelf kunnen zorgen en extra hulp nodig hebben. Daardoor gaat het werk meestal door, ook bij hoge temperaturen.
Zorgverleners zijn bovendien vaak de hele dag onderweg, verrichten lichte tot zware fysieke werkzaamheden en merken niet altijd op tijd dat zij dorst hebben. Daarnaast kunnen hitte en drukte onderweg leiden tot extra belemmeringen, zoals uitval van openbaar vervoer, afgesloten wegen of files.

Nationaal Hitteplan van het RIVM

Doel van het Nationaal Hitteplan
Het Nationaal Hitteplan is een waarschuwingssysteem voor perioden met aanhoudende of extreme hitte. Het helpt om voorzorgsmaatregelen tijdig onder de aandacht te brengen van mantelzorgers en zorgverleners. Zo kunnen kwetsbare groepen, zoals ouderen, beter worden beschermd tegen risico’s als uitdroging en hitteberoerte.

Waarschuwingen van het KNMI
Het KNMI geeft waarschuwingen af bij extreme hitte. U vindt de weerswaarschuwingen per provincie op de website van het KNMI. Is het hitteplan in een regio niet actief, dan is die regio groen gekleurd. Is het hitteplan wel actief, dan kleurt de regio geel.

Activering en aanmelding
Verwacht het KNMI een periode van aanhoudende hitte, dan neemt het contact op met het RIVM. Voldoet de verwachte hitteperiode aan de criteria, dan activeert het RIVM het Nationaal Hitteplan en informeert het landelijke zorgorganisaties. Uw organisatie kan zich aanmelden voor de hitte-mailing van het RIVM. Geef ook een algemeen e-mailadres op. Hitteperiodes vallen vaak samen met vakantieperioden. Zo voorkomt u dat uw organisatie belangrijke berichten mist bij afwezigheid van een medewerker.

Infographics voor direct gebruik
Het KNMI gebruikt kleurcodes om te waarschuwen voor extreme hitte: geel, oranje en rood. De onderstaande infographics kunnen worden gebruikt om zorgverleners, cliënten en mantelzorgers snel en duidelijk voor te lichten.

Maatregelen voor werkgevers

Wettelijke verplichting
Als werkgever bent u verplicht arborisico’s zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De wet bepaalt niet precies wanneer het te warm is om te werken. Kan werken bij hoge temperaturen niet worden voorkomen, dan moet u passende maatregelen nemen.

  • beoordelen welke werkzaamheden in de warmte echt noodzakelijk zijn;
  • de duur van werkzaamheden in de warmte zoveel mogelijk beperken;
  • werk in de warmte afwisselen met werkzaamheden op een koelere plek;
  • voldoende koele dranken beschikbaar stellen.

Praktische acties
U kunt daarnaast de volgende stappen nemen:

  • informeer medewerkers dat het hitteprotocol actief is;
  • bespreek kwetsbare cliënten tijdens de dagstart;
  • volg de weersverwachting en let op mogelijke opschaling naar code oranje;
  • controleer of op kantoor- en wijklocaties voldoende drinkwater beschikbaar is.

Tips voor zorgverleners
Gebruik deze Tips voor zorgverleners bij hitte

Tips voor mantelzorgers
Gebruik deze Tips voor mantelzorgers bij hitte

Websites
Meer informatie vindt u op:

Kijk ook op de website van je gemeente of GGD wat zij organiseren bij hitte, zoals koele plekken of hulp aan mensen die dat nodig hebben.

_____________________________________________________________________________________________________

SNEEUWVAL EN GLADHEID

Het wettelijk kader
De wet bevat geen specifieke regeling die werknemers bij sneeuwval automatisch ontslaat van de plicht om te verschijnen of hun werk uit te voeren. Daarom moet worden aangesloten bij de open norm van goed werkgeverschap en goed werknemerschap uit artikel 7:611 BW.

In beginsel is de werknemer verantwoordelijk om op het werk te verschijnen of het werk uit te voeren. Ondervindt de werknemer daarbij problemen, dan moet hij zo snel mogelijk contact opnemen met de werkgever om de mogelijkheden te bespreken. De werknemer moet zich inspannen om alsnog te komen of het werk op een andere manier uit te voeren, bijvoorbeeld door mee te rijden met een collega die wel kan rijden. Kiest de werknemer er zelf voor om niet te komen terwijl er redelijke alternatieven zijn, dan kan in overleg worden afgesproken dat hiervoor een verlofdag wordt afgeboekt.

Voor de werkgever geldt de norm van goed werkgeverschap. Hij mag aanwijzingen geven over het werk, maar die moeten redelijk zijn en kunnen worden begrensd door de zorgplicht en de redelijkheid en billijkheid. Als rijden feitelijk onveilig is en niet van de werknemer kan worden verlangd, kan niet zonder meer worden geëist dat hij de werkzaamheden uitvoert. Uit de rechtspraak blijkt dat normale bedrijfsrisico’s – zoals weersomstandigheden waardoor werken onmogelijk is – voor rekening van de werkgever komen. Dat geldt dus ook als de werkgever de werknemer gewoon op het werk verwacht, maar hij vanwege het weer stelt niet te kunnen komen.

Geeft de werkgever aan dat de werknemer thuis mag blijven, dan kost dit de werknemer in principe geen vakantiedag. Besluit de werknemer zelf om niet naar het werk te komen, dan gaat dat in principe wel van zijn vakantiedagen af.

Geen regeling onwerkbaar weer in de cao VVT
De Cao VVT bevat geen specifieke bepaling voor situaties waarin werknemers door weersomstandigheden niet kunnen reizen of hun werkzaamheden niet kunnen uitvoeren. Ook de regelingen over vakantie-uren en verlof gaan hier niet op in. Daarom is de wet bepalend.

Ook is niet gekozen voor een cao-regeling waarmee de werkgever bij onwerkbaar weer een beroep kan doen op een WW-uitkering. Aan zo’n regeling zijn strenge voorwaarden verbonden en zij moet expliciet in de cao zijn opgenomen. Daarvoor zou in de cao moeten staan bij welke buitengewone natuurlijke omstandigheden en onder welke voorwaarden de overeengekomen arbeid niet kan worden verricht. Ook gelden wachtdagen: twee bij sneeuwval en vorst en negentien bij regenval. In de zorg is dat lastig, omdat zorg vaak moet doorgaan. In de praktijk wordt in overleg met medewerkers gekeken wie de cliënt wel kan bereiken en worden diensten zo nodig gewisseld. Bovendien komt het zelden voor dat onwerkbaar weer twee dagen aanhoudt. In de Cao VVT zijn hierover dus geen afspraken gemaakt.

De praktijk
Omdat de Cao VVT en de wet voor deze situaties geen specifieke regels bevatten, moet worden beoordeeld wat redelijk is op basis van goed werkgeverschap en goed werknemerschap. Daarbij tellen alle feiten en omstandigheden mee, zoals of het werk kan worden uitgesteld, welke weerscode geldt en hoe kwetsbaar de medewerker is.

Kort gezegd hebben werkgever en medewerker allebei een verantwoordelijkheid. Als thuiswerken niet mogelijk is, mag van de medewerker worden verwacht dat hij redelijke moeite doet om naar het werk te komen. In de praktijk lossen werkgever en medewerker dit soort situaties meestal in overleg op. Goed overleg over een redelijke oplossing is daarbij het uitgangspunt.

Zijn er redelijke alternatieven om op het werk te komen, bijvoorbeeld bij code geel, maar kiest de medewerker ervoor niet te reizen, dan kan ruilen met collega’s of het opnemen van een vakantiedag een optie zijn. Ontbreken voldoende reismogelijkheden, bijvoorbeeld bij code rood, dan moet in overleg worden bekeken wat mogelijk is. Denk aan het regelen van vervoer door de werkgever als de zorg niet kan worden uitgesteld, het verschuiven van diensten of, met instemming van de medewerker, het opnemen van vakantie-uren.