Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Terug naar overzicht
Kennisdocument

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

21 juli 2026

Inleiding
Begin 2016 is de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties aangenomen. Jarenlang is handhaving van de wet uitgesteld (behoudens kwaadwillenden) en deze is hervat per 1 januari 2025. De mogelijkheden tot handhaving gedurende het moratorium zijn wel aangescherpt: vanaf 1 januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.
Destijds hebben de minister en staatssecretaris van SZW hun voornemens om de Wet dba te vervangen door een andere wet op aangegeven in twee brieven: Kamerbrief Roadmap vervanging dba van 9 februari 2018 en Kamerbrief van de minister en staatssecretaris van 24 juni 2019. Ook is de webmodule gestart om te beoordelen of er sprake is van een arbeidscontract.

Op 16 december 2022 heeft minister Van Gennip de voortgangsbrief over werken met en als zelfstandige(n) naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin leest u hoe het verder gaat met de Wet dba, en het opheffen van het handhavingsmoratorium. Deze brief kreeg een vervolg in de brieven van 2 juni 2023 en 24 januari 2024:  voortgangsbrief PNIL-werkprogramma en voortgangsbrief werkprogramma Personeel niet in loondienst.
Minister Van Gennip heeft in het najaar van 2023 de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden in consultatie gebracht als opvolger voor de Wet dba. De daarop volgende regering heeft de behandeling van dat wetsvoorstel voortgezet, maar dat heeft vanwege de hoeveelheid kritiek niet geleid tot een nieuwe wet.

Kijkt u voor het vervolg op onze kennisbank op de pagina Zelfstandig zorgverlener.

Het doel
Doel van de wetgeving is de verantwoordelijkheden van de opdrachtnemer en de opdrachtgever bij het beoordelen van hun arbeidsrelatie beter in balans te brengen (afschaffing vrijwarende werking van de VAR), waardoor de mogelijkheden om te handhaven door de Belastingdienst worden verbeterd en schijnzelfstandigheid wordt teruggedrongen.

In het fiscale recht en in het socialezekerheidsrecht wordt onderscheid gemaakt tussen zelfstandigen en werknemers. Of iemand een zelfstandige is of een werknemer, wordt beoordeeld op basis van de geldende wetgeving en de bijbehorende jurisprudentie (gezag, vrije vervanging, aantal opdrachtgevers e.d). Het onderscheid tussen zelfstandige en werknemer is in de uitvoeringspraktijk van belang voor de vraag of er sprake is van inhoudings- en premieplicht voor de loonheffingen en verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Het is de wettelijke taak van de Belastingdienst om dit te controleren en waar nodig te handhaven. Door gebruik te maken van door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten hebben partijen zekerheid omtrent de loonheffingen, de zekerheid dat er buiten dienstbetrekking gewerkt wordt. Hoe de Belastingdienst aankijkt tegen de inkomsten van de zzp’er (winst uit onderneming, loon uit dienstbetrekking of resultaat uit overige werkzaamheden), beoordeelt de Belastingdienst bij de aangifte inkomstenbelasting.

Modelovereenkomst
In 2023 en 2024 is door door Zorgthuisnl met de Belastingdienst een modelovereenkomst ontwikkeld voor het via een instelling laten verrichten van thuiszorg door een zelfstandige. Dit model is niet verlengd.